Geertjan de Vugt schrijft essays als literaire detectiveverhalen: of hij nu vingerafdrukken onderzoekt, de geschiedenis van het enten van bomen of andere reeds lang vergeten praktijken, telkens weet hij vanuit ogenschijnlijk onbeduidende details verhalen te vertellen die vragen oproepen over overdracht, identiteit en wat van ons overblijft als we er eenmaal niet meer zijn.
In 2022 verscheen Fonkelrozen – zijn debuut – waarin hij door twee eeuwen langs fysiologen, criminologen, antropologen, kunstenaars, schrijvers, handlezers, oplichters en charlatans reist: van Jan Purkinje tot Arnulf Rainer, van Francis Galton tot Virginia Woolf en van Arthur Kollmann tot Charlotte Wolff. Fonkelrozen verscheen in 2026 in Duitse vertaling bij Zsolnay onder de titel Der Wunsch zu verschwinden; de Chinese vertaling volgt eveneens dit jaar.
Momenteel werkt De Vugt aan een vertaling van de aforismen van Phia Rilke, de moeder van Rainer Maria Rilke (najaar 2026). In het voorjaar van 2027 verschijnt bij Koppernik zijn persoonlijke geschiedenis van het enten van bomen, waarin hij aan de hand van die eeuwenoude praktijk zijn worsteling met het vader worden onderzoekt. Daarnaast werkt hij aan een biografie van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey.
Zijn essays verschijnen onder meer in de Volkskrant en in het feuilleton van de Süddeutsche Zeitung.
De Vugt promoveerde cum laude in de vergelijkende literatuurwetenschap aan de Tilburg University. Zijn proefschrift over politiek dandyisme werd in 2018 gepubliceerd door Palgrave Macmillan en bekroond met de Academische Jaarprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Hij was verbonden aan de Universiteit van Wisconsin–Madison, Princeton University en het IFK Wenen en is momenteel directeur van de Stichting Praemium Erasmianum.